nieuws

test

TWITTER

Lees de binoq atana twitter!

Drongo editie 2014

Atana doet weer meer op Drongo!

ATANA in company bij ABN Amro

De ATANA bestuurders-training in 1 dag - voor bedrijven die hun personeel de tools willen geven maatschappelijk aan de slag te gaan in een bestuur of raad van toezicht.

Crash Course Cultureel Ondernemerschap

Op 20 oktober 2014 start i.s.m. Cultuur-ondernemen de Crash Course Cultureel Ondernemerschap voor managers en leidinggevenden. Korting bij aanmelding voor 1 oktober!

Meest recente ATANA matches

Nederlandse Vereniging Toezichthouders Cultuur (Roger Dayala), Filmtheater Rialto (Mina Ouaouirst),BonteHond (Fatma Çakir), Theater aan het Spui (Hilly Buyne) en meer!

atana sociëteit

Kom naar de atana sociëteit met een goed gesprek en een functionele borrel na afloop.

 


Op 17 december 2013 was de ATANA soos
met Doekle Terpstra

Governance & Diversity
Op 17 december 2013 organiseren ATANA en Van Doorne Advocaten in samenwerking met Cultuur-Ondernemen een bestuurscarrousel waar bestuurders en toezichthouders te rade kunnen gaan bij experts op het gebied van financiën, recht, governance, diversiteit en politiek.
Na de inleiding van Doekle Terpstra zitten experts voor u klaar bij wie u uw bestuurlijke kwesties op tafel kunt leggen. Elke culturele en maatschappelijke instelling heeft te maken met juridische, fiscale en bestuurlijke vraagstukken en bij de experts kunt u terecht voor advies. Grijp daarom uw kans en schuif aan bij een van onze zeven werktafels!

lees meer.....



Datum: 17 december 2013
Locatie:
Auditorium van Van Doorne, Jachthavenweg 121, 1081 KM Amsterdam routebeschrijving
Programma:
19:00 – 19:30 Inloop met koffie
19.30 – 20:15 Plenaire sessie
20:15 – 22:00 Werktafels
Aanmelden: Meld je van te voren aan door een email te sturen naar info@binoq.nl
of te bellen naar 020 514 13 80 en geef bij je aanmelding ook aan naar welke werktafel(s) je interesse uitgaat.


Op 20 augustus 2013 was de ATANA soos
met
Henriëtte Post, Marco de Souza en Lotte de Beer

De lezing van Henriëtte Post (directeur Fonds Podiumkunsten):

Goedenavond dames & heren,

Mij is gevraagd om iets te zeggen over het beleid van het Fonds Podiumkunsten ten aanzien van talentontwikkeling, culturele diversiteit en klassieke muziek. En dan ook nog het liefst aan de hand van het Leerorkest.
Persoonlijk hoop ik dat deze Atana-soos de eerste in een reeks gesprekken wordt waarin we constructief en actief een aantal veranderingen in gang kunnen zetten, veranderingen die nauw samenhangen met het gespreksonderwerp van vanavond. Want er is veel moois mogelijk, maar om daar ook echt werk van te maken, moeten we het over een aantal zaken misschien eerst met meer mensen eens worden en de krachten meer bundelen.
Door de manier waarop deze soos is aangekondigd, vermoed ik dat Atana misschien wel rekent op een heel ander soort bijdrage. Een die veel meer gaat over hoe het Fonds carrières van individuele musici ondersteunt en de manier waarop het culturele diversiteit daarbij betrekt.
Dus ik zet om te beginnen dat mogelijke misverstand recht: de talentontwikkeling waar het Fonds de komende jaren stevig op in zal zetten gaat niet over de ontwikkeling van excellente uitvoerenden. Het Fonds verstrekt sinds 1 januari 2013 niet langer meer direct subsidie aan bijvoorbeeld jonge violisten om hun technische vaardigheden of muzikaliteit verder te kunnen aanscherpen.
Lees meer ==>>



op 18 juni 2013 was de ATANA SOOS
met
Diederick Santer, Theu Boermans, Joost de Wolf,
Robert Kievit en Jörgen Tjon A Fong




Op 23 april 2013 was de ATANA soos
met
Giep Hagoort, Marco de Goede, Hinke Stallen en Quincy Gario





Op 18 februari 2013 was de ATANA soos
met
Raymi Sambo en Betty Post





Op 18 december 2012 was de ATANA soos
met
Simon Reinink
zakelijk leider van het Concertgebouw

 



Op 2 oktober 2012 was de ATANA soos
met
Sylvia Dornseiffer
directeur Amsterdams Fonds voor de Kunst

OP EIGEN BENEN


Goedenavond,

Beste mensen, ik zeg het maar gelijk. Verwacht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst geen definitie van cultureel ondernemerschap. Wij zijn er als publiek fonds niet om ondernemerschap te definiëren maar om die te faciliteren en te stimuleren. Ondernemerschap faciliteren is niet iets wat we nu pas gaan doen met de tijdelijke zogenoemde transitieregeling, waarvan ik begrijp dat die op uw grote belangstelling mag rekenen, maar doen wij als fonds al ettelijke jaren door speciale tijdelijke regelingen ( denk aan de buurtaccommodatieregeling of de trajectbijdrageregeling die allebei gericht waren op vergroten van de mogelijkheden van organisaties om subsidie- onafhankelijk te kunnen functioneren). Ondernemerschap in (grote en kleine betekenis) het is aandachtspunt bij alle subsidieaanvragen die wij behandelen en binnen de financiële ruimte en mogelijkheden die we hebben onderzoeken we nieuwe instrumenten die de Amsterdamse kunstsector kunnen helpen om ondernemerschap te stimuleren. Het meest bekende voorbeeld hiervan is natuurlijk het crowdfundingplatform voordekunst, waarover later meer.

Op eigen benen, kent u die uitdrukking dames en heren?
Op eigen benen , lees ik als ik deze uitdrukking google, is de titel van een proefschrift dat oplossingen biedt voor een probleem dat zich veelal voordoet als chronisch zieke jongeren de overstap van kinder naar volwassenzorg maken. Ik ga over een uiterst serieus onderwerp natuurlijk geen grappen maken, maar na de beschuldiging dat de enige houding die onze sector kent de liggende is aan het infuus , hebben we natuurlijk geen behoefte aan weer een vergelijking met zieken, want we zijn niet ziek. De sector heeft wel behoefte aan zorg maar dat is wat anders, aan aandacht want die gaat vooraf aan erkenning en die is weer nodig voor draagvlak dat tenslotte maatschappelijke verankering/acceptatie biedt die weer voorwaarde is voor ondernemerschap.

Dat zie je aan de grote instituten in onze stad het Concertgebouworkest, het Rijks, Van Gogh, Stedelijk, Nationaal Ballet en de Opera, de Stadsschouwburg die door de jaren heen grote maatschappelijke waarde en dus draagvlak hebben verworven, grote subsidies ontvangen en daardoor steeds ondernemender kunnen opereren. Maar op eigen benen staan ze niet en zullen ze ook nooit staan. Kijk naar wat er is gebeurd met de Rijksacademie. Een geweldig instituut, een grote reputatie, een kapitaalkrachtige fanbase, maar op eigen benen staan lukt niet. 

Op eigen benen staat de schoolverlater, de afgestudeerde of om de wereld van het meisjesboek erbij te halen ( daar ben ik tenslotte op afgestudeerd)  het jonge meisje dat het ouderlijk huis verlaat. Op eigen benen is niet voor niets een geliefde titel uit een meisjesboekenreeks. En net zoals de jonge vrouw uit het meisjesboek moet ondervinden dat het op eigen benen staan grillig, eenzaam en zwaar is en dankbaar dat bestaan opgeeft wanneer de ideale echtgenoot zich aandient ( u kent die mooie laatste zinnen wel “en zij vlijde haar kopje tegen hem aan en zuchtte: Ja Leo ik wil altijd bij je zijn”, is het dat ook voor een kunstenaar of een kunstinstelling. Subsidie ( meerjarig, strcutureel,een werkbeurs, stipendium etc) is decennia lang de beschermende schouder van de kunst geweest. En net zoals zoveel vrouwen in de werkelijke wereld hebben ervaren dat die schouder ook snel weer vertrokken kan zijn en dat het daarom verstandig is om financieel onafhankelijk te zijn, zijn er de afgelopen tien jaar miljoenen gestopt in programma’s die verbinding wilden maken tussen kunst, economie en de samenleving: De Creative Challenge Calls, Cultuur – Ondernemen, innovatieprogramma’s, matchingregelingen, regelingen bij landelijke fondsen en  de al eerder genoemde regelingen van het AFK . Dat heeft contacten opgeleverd, coaching, bijzondere projecten, synergie, partnerships, nieuwe verdienmodellen met veel meer aandacht voor sponsoring en private funding, kleine successen, maar toch werd de urgentie onvoldoende gevoeld. Dat bleek uit de paniek toen de omvang van de bezuinigingen bekend werd, de berusting en nu de consequenties. Want zelfs met een subsidie van stad of overheid zijn die groot.

Shift happens ( met dank aan Adjiedj Bakas). De urgentie om ondernemend te opereren is alleen maar groter geworden, in het bijzonder voor die instellingen die het uitsluitend met een relatief kleine subsidie van de stad moeten redden. Ook voor die instellingen is er geen activiteitensubsidie meer vanuit het AFK en het evenementenbudget van de gemeente ( geen stapeling van gemeentelijke gelden is het credo) en zijn meerjarige subsidies van de stadsdelen een uitzondering. Ook moeten we maar afwachten of de grote gesubsidieerde instellingen zich verantwoordelijk gaan voelen voor de kleinere in onze stad. Alle instellingen zullen azen op funding van voor de hand liggende private fondsen, banken en bedrijfsleven.
De spoeling zal dunner worden en de sponsors hebben het voor het uitkiezen ; grote sponsorbedragen gaan nu eenmaal naar daar waar de grote publieksstromen naar toe gaan en waar de meeste waardering/erkenning en draagvlak voor is.

Ik ben benieuwd of de shift gaat lukken met een nieuw gemeentelijke aanspreekpunt ondernemerschap, een taskforce, een nieuw landelijk programma cultureel ondernemen, een bijzonder hoogleraarschap mecenaat aan de UvA, een mogelijk Amsterdams gemeenschapsfonds voor culturele doelen, een geefwet. Allemaal nieuwe tools waar de sector gebruik van kan maken, maar de crux van het nieuwe ondernemen zal beginnen met een  unique selling point van kunstenaar of organisatie , met de waarde van een goed idee.

Tegelijkertijd is er een nieuwe generatie makers opgegroeid, een mooie cultureel diverse mix creatieven, die zonder subsidie of met een gezonde mix  
van projectsubsidie, sponsoring en andere vormen van financiering hun kunst maken ( wij zien ze op het AFK op onze spreekuren, in de wijken gescout door onze cultuurverkenners,  en op voordekunst). Het zijn ook heel vaak ondernemers die onconventionele oplossingen voor conventionele problemen bedenken. Ondernemers die nieuwe wegen inslaan; cultureel ondernemerschap geïnspireerd door een thema/idee, de buurt,  de stad, de regio, het land met de bedoeling voor iedereen winst te creëren, die een dienst of product leveren waarmee mens en kunst worden gediend, een merit good, sociaal en duurzaam. Financiële doelstellingen staan daarbij in dienst van die missie, want zonder een financieel gezond bedrijf kan het doel immers niet gerealiseerd worden. Die naar hun idee kijken als ondernemer, wie heeft er belang bij mijn project en zou eraan willen meebetalen ( crowdfunding). Het komt dan aan op hun vermogen om zo’n idee verder te verspreiden (marketing, pr), over de wijze waarop wordt samengewerkt ( een ander kan waarde en expertise toevoegen die je zelf niet in huis hebt) en om de juiste mensen op de goede plek.

(Denk aan de creatieven  als Christien Meindersma en Claudy Jongstra die met het financiële succes van haar gebreide poef ( de waarde van een goed idee!! het resultaat van goed nadenken waar behoefte aan is , de tijdgeest begrijpen) of viltkunst , of  in weer andere technieken ( vlas , schapen, eigen grond etc.) en produkten kan investeren , ontwerpers, maar ook Circus Treurdier, red light radio, fatform, Unseen, Pakhuis de Zwijger, broedstraten, noorderparkkamer )

Willemijn Verloop lanceerde in de Volkskrant van afgelopen vrijdag haar idee voor een beter Nederland namelijk door ondernemers te steunen die ondernemen om de wereld te verbeteren. Het is misschien vloeken in de kerk maar zie cultureel ondernemen ook als social enterprise.  De rol van kunst is immers om mensen te helpen de wereld anders voor te stellen dan hij is. Daarom gelden de barrières die Verloop noemt die social enterprise bemoeilijken in meer maar ook in mindere mate in de culturele sector. De grootste barrière waar de sector mee worstelt is de eerste en eigenlijk de ergste , namelijk:

1) Onbekend maakt onbemind. Ondernemers met een sociaal/culturele missie worden in Nederland vaak niet serieus genomen omdat we denken  dat een ondernemer alleen maar uit is op financiële winst. Daarom verdient culturele vorming in de volle breedte meer aandacht en waardering, om te beginnen in het funderend onderwijs. Als dat niet serieus gaat gebeuren  zijn de gevolgen desastreus , de belangstelling en behoefte voor kunst verdwijnen evenals het toch al smalle draagvlak voor financiële steun. Door de culturele sector te verbinden met andere sectoren zoals welzijn, zorg, door het belang van creativiteit te zien voor een innovatieve kenniseconomie kan onbekend voor een veel grotere groep bemind worden.

2) Het moeilijke businessmodel. Het ontwikkelen van modellen met zowel een sociaal of culturele doelstelling als financiële doelstelling is niet eenvoudig. Winstmaken is een kwestie van jaren, het kost veel tijd en doorzettingsvermogen;

3) Gebrek aan zakelijk talent; er is vaak een overdosis aan creativiteit en een gebrek aan ondernemerservaring. In Nederland is geen social businessopleiding.

4) Onvoldoende geduldig groeikapitaal. Bij banken hoef je tegenwoordig niet meer om een lening te vragen, maar ook private investeerders zijn niet happig op cultureel ondernemen. Zij moeten geprikkeld worden om dit type investeringen anders te benaderen, op lange termijn te denken en zich niet alleen te richten op financiële maar ook op sociale winst.

5) Overheidsbeleid en wetgeving. De overheid zou actief partijen die bijdragen aan sociale innovatie aan elkaar kunnen verbinden, de toegang tot kapitaal kunnen vergemakkelijken door particuliere investeringen te stimuleren zoals de Geefwet de komende vier jaar doet. Ook interessant is om nieuwe juridische entiteiten te creeren, tussen bv en stichting in die de sociale/culturele basis van de onderneming beschermt maar waardoor toch mogelijk wordt dat de overheid (fondsen) in ondernemingen investeren die op den duur winst maken
( alternatieven voor tekortfinancieringen). In dat licht zou een verdere verlaging van de BTW op merit good produkten te verdedigen zijn. Net zoals een hoog tarief voor ongezonde en oneerlijke produkten en gezond en eerlijk/fairtrade een laag tarief. Of geen belasting heffing op prijzen, of meer belastingcoulance voor kunstenaars die individuele bijdragen ontvangen.

Er is op dit gebied veel in beweging en naar mijn idee nog veel in beweging te zetten.
Ook het AFK verandert en wil bijdragen aan die dynamiek in het besef voortdurend achter de troepen aan te lopen, want in het werkveld gebeurt het, komen de ideeën, ontstaan de plannen die de shift waar we mee te maken hebben ondersteunen. We stellen daarom ook de reacties en de ideeën die onder de makers leven op prijs.
Om deze DIY mentaliteit van de stad te stimuleren, om de diversiteit en kleinschaligheid van de kunstbeoefening die zo specifiek is voor Amsterdam te bewaren en om Amsterdammers actief bij kunst en cultuur te betrekken gaat het AFK het volgende doen.

1.    Er is dit najaar in totaal € 300.000 beschikbaar om bij te dragen aan de transitie van organisaties die zich steviger willen verankeren en positioneren in de beleidsperiode 2013-2016 door onder meer het aangaan van samenwerkingsverbanden en het aanboren van nieuwe financieringsbronnen; We werken voor de periode daarna aan de Amsterdamse Cultuurlening waardoor ondernemers in de culturele sector tegen een laag rentetarief kunnen lenen en begeleiding op maat daarbij kunnen krijgen.
2.    Voordekunst, het crowdfundingplatform waarvan het AFK founding father is en dat inmiddels Nederlands populairste crowdfundingplatform is, bereikte in juli de grens van 1 miljoen aan totale investeringen. Gesteund door de Geefwet gaan wij de crowdkoorts in Amsterdam verder aanwakkeren onder vooral Amsterdammers met een iets ruimere beurs om culturele producten op deze persoonlijke en concrete manier te financieren. Voordekunst is ondernemender dan ooit en wordt inmiddels door vier partners in de lucht gehouden en doordat het succesvol is en massa creeert is na bijna twee jaar een verdienmodel werkzaam ( 5%) van de gefunde som. Als we er in slagen om grootverdieners te betrekken bij voordekunst kunnen ook omvangrijke projecten op de site meer kansen krijgen.
?In de beleidsperiode 2013-2016 hebben we op jaarbasis 8 miljoen beschikbaar voor het maken en presenteren van kunst en cultuurparticipatie in twee regelingen:
De regeling professionele kunst voor het maken en presenteren van kunst en de regeling cultuurparticipatie.
3. Nieuwe is dat er budget is voor kunstenaars in alle disciplines. Zonder tijd en ruimte voor ontwikkeling van nieuwe vormen en concepten ontstaat geen vernieuwing. Daarom zijn er per 2013 beurzen van maximaal € 15.000 beschikbaar voor Amsterdamse kunstenaars in alle disciplines om R&D in de kunst- en creatieve sector te stimuleren. Hiermee investeren we in de voorhoedepositie van Amsterdam;
?4. Nieuw is dat talent dat ondermeer in productiehuizen en in andere nieuwe verbanden die gaan ontstaan kansen te geven - en het gaat niet alleen om theatermakers of beeldend kunstenaars maar om alle individuele makers met een artistiek concreet en realistisch  te produceren plan-  subsidies tot 25.000 euro kunnen ontvangen.
?5. Nieuw is de programmafinanciering om een kwalitatief sterke programmering te bevorderen bij podia, festivals, musea en andere presentatieplekken; 
?6. Om het opdrachtgeverschap te stimuleren kunnen private partijen ook in de komende periode bijdragen aanvragen voor kunst in de openbare ruimte. In de afgelopen jaren zijn op deze manier tientallen kunstwerken tot stand gekomen bij renovatie-en nieuwbouwprojecten.
?7. Om bottom up culturele initiatieven van bewoners in kwetsbare buurten en wijken, voornamelijk buiten de ring en getroffen door de crisis, duurzaam te ondersteunen gaan we de succesvolle matchingmethode met woningbouwverenigingen toepassen. U hoort binnenkort meer over onze pilot met Ymere.
?8. Om deelname, betrokkenheid en draagvlak voor kunst en cultuur in de stad te bevorderen ( die zo belangrijk is voor het bemind worden) focust het AFK op de buitenschoolse talentontwikkeling en daarnaast op projecten die Amsterdammers met creativiteit in aanraking brengen ( zoals amateurkunsten en community art) om de stad, die spannende, wonderlijke minimetropool, met al haar verworven ruimte voor vrije gedachten, niet verloren te laten gaan.

Bij al deze mogelijkheden zijn de criteria artistieke en zakelijke kwaliteit en publieksbereik leidend!

In petto
Dit jaar is het 40 jaar geleden dat het AFK werd opgericht met als doel de Amsterdamse kunstprijzen door een onafhankelijke stichting te laten toekennen. En in retrospectief kun je zeggen dat die jaarlijkse 18 prijzen, allemaal vernoemd naar erflaters , ze waren dan ook zeer prestigieus en gewild (zelfs Jan Wolkers accepteerde de prijs), ze hebben  het ondernemerschap van veel kunstenaars doen ontkiemen door de trots, waarde en aandacht die de prijzen genereerden. Dat werd toen allemaal niet met zoveel woorden gezegd maar voor kunstenaars begint ondernemerschap met aandacht en erkenning uit de gemeenschap. De hedendaagse Amsterdamprijzen beogen hetzelfde maar dan uitgesproken, door de nominaties die in de ambtswoning bekend worden gemaakt en aandacht genereren voor alle genomineerden, draagvlak door de prijzen meer van Amsterdam te maken ( volgend jaar staan we in een tent op het Museumplein met de uitreiking), erkenning, trots omdat de winnaars dat ook laten blijken, waardering, uitgedrukt in geld en omdat de prijzen worden uitgereikt door de burgemeester en natuurlijk het succes of vermeerderen van succes wat het gevolg is van de prijzen.